Hoelang zal het werkwoord "ontkurken" nog in de wijnwereld circuleren?
Steekwoorden:
afsluiters van kunststof
Amorin
Australische instituut voor wetenschappelijk wijnonderzoek (AWRI)
biologische wijnen
Chaptalisatie
Dagblad Trouw
Europese commissie
Harper's
International WineChallenge
Lekker Wijntje
Nnatuurkurkindustrie
Nederlandse horeca:
Wijngut Querbach in de Rheingau (D)
Portugal
schroefdop
Synthetische kurken
Trichlooranisole
Vins de Garde
Spreken we in 2025 nog over iets goeds "onder de kurk"? En wordt er dan nog "kurkgeld" berekend in restaurants waar je een fles van eigen huize uit schenkt? De optimisten, verafgoders van de in hun ogen onvolprezen kurk, denken dat die vragen overbodig zijn.
De natuurkurk blijft de beste afsluiting van de wijnfles, vinden ze, en daarmee uit. Concurrenten proberen dat oordeel wel met allerlei probeersels onderuit te halen, maar totnogtoe levert dat niet de onomstotelijke conclusie op dat de kurk in alle gevallen vervangbaar is. De discussie daarover is wereldwijd nog in volle gang. Een nieuwe impuls daaraan gaven dezer dagen enkele afdichtingexperts in het Britse tijdschrift Harper's. Wie die bijdragen analyseert komt al snel tot de conclusie dat de boventoon in de discussie wordt gezet door het marktaandeel in sluitmateriaal. Terzijde wordt er dan nog wat gekissebist over het verpesten van wijn door ondeugdelijke flesafdichting (wel 4% bij de laatste International Wine Challenge), of die nu van de kurkeik komt, of uit de kunststof- en metaalindustrie.
Geruime tijd heeft de schroefdop, eind jaren zestig op de markt verschenen, het imago gehad dat de wijn daaronder nauwelijks drinkbaar zou zijn. Midden jaren negentig maakten we voor het eerst kennis met afsluiters van kunststof, die in de beginfase vooral bij goedkope mousserende wijnen werden aangetroffen. En vlak voor de eeuwwisseling verschenen voor het eerst felgekleurde synthetische kurken in wijnflessen die niet per definitie in het goedkoopste marktsegment te vinden waren.
Ze gingen vergezeld van publiciteitsacties waaruit vooral de boodschap tot ons kwam dat dit eindelijk de oplossing was tegen wijnbederf door "kurk", een verschijnsel dat tot voor kort in steeds ruimere promillages om zich heen greep. Verbetering bij opslag en sterilisatie van de schors hebben de onrust daarover intussen enigermate gestabiliseerd.
Niet perfect Het Australische instituut voor wetenschappelijk wijnonderzoek (AWRI) heeft nu dezer dagen een uitspraak gedaan die weliswaar niet het verlossende woord inhoudt, maar wèl duidelijkheid heeft geschapen: perfecte vormen van flesafsluiting bestaan niet. Ieder materiaaltype heeft wel bepaalde voordelen, waar ook weer nadelen tegenover staan.
Natuurkurk kan besmet raken met spul dat al in de schors van de eik aanwezig is: trichlooranisole, ook wel aangeduid als TCA. Dit molecuul kan onverwachts opduiken en geeft de wijn een schimmelige smaak die met bederf wordt geassocieerd. Kunstkurken op hùn beurt kunnen lijm- en rubberaroma's nalaten in de wijn. Menige fabrikant ziet in die uitspraken dan weer reden voor een technische discussie over materiaalkwaliteit, die in zijn producten uiteraard de volmaaktheid heeft bereikt.
Nu is de natuurkurkindustrie ruim twintig keer zo groot als de totale concurrentie en verhouden de publiciteitsbudgetten zich dienovereenkomstig. Bovendien wordt de kurkeik (1,4 miljoen hectare in 2010 met Portugal als concentratieland) niet uitgeroeid, zoals quasi-milieubeschermers het gemakshalve wel eens willen voorstellen, maar eens in de 9 jaar gestript, zodat er geen wouden worden opgeofferd aan de genotzucht van het onstuitbare echelon wijndrinkers.
Daar komt nog bij dat de grote producenten als Amorin nu al zó ver zijn gevorderd met de toepassing van een nieuw desinfecteersysteem (Rosa) dat het kurkbederf beweerdelijk nog maar 2 tot 3 promille bedraagt. Voor kurken die van de schorsresten (granulaat) in elkaar zijn gelijmd of onder en boven nog van een schijfje super-natuurkurk zijn voorzien (twintop) ligt het uitvalpercentage nog lager. Dat betekent dus dat deze producent dicht bij de totale oplossing van het kurkprobleem lijkt te zitten
Onschadelijk. Dat weerhoudt de overige afsluitproducenten er intussen niet van zich op te werpen als natuurvrienden die het zó goed menen met de kurkeiken dat je maar beter (en goedkoper) van hùn afdichtingen gebruik kunt maken. Vooral de elastische, synthetische kurken, onschadelijk voor de gezondheid zeggen de makers, komen dan in beeld.
Nu wil het proefondervindelijk bewezen feit dat zulke sluitingen na ongeveer 18 maanden minder betrouwbaar worden. Maar, riposteren de fabrikanten, wat maakt dat nu uit als ruim driekwart van de gebottelde wijn binnen een jaar door het keelgat van de consument vloeit?
Het laatste woord is er dus nog niet over gezegd.
Wèl zijn er enkele conclusies te trekken uit de huidige stand van zaken: Wijn met een gelijmde kurk moet binnen 5 jaar op. Daarna kan de afsluiting gaan lekken.
Wijn met een synthetische kurk binnen 1,5 jaar drinken om het risico van oxidatie te vermijden.
Voor vasthouden aan natuurkurken. Die hebben overigens ook niet het "eeuwige" leven. Het komt geregeld voor dat wijnboeren hun vins de garde tussentijds van nieuwe kurken moeten voorzien.
Blijf kritisch ten opzichte van andere flesafsluitingen dan kurk, maar wijs ze niet als ordinair of smaakverpestend af. De kwaliteit van de wijn hoeft er niet onder te lijden. Maar dan moet het wèl gaan om snelle consumptie.
Aanmerking van De Weinschenker 1: Het hierboven genoemde proefondervindelijk trek ik zeer in twijfel aangezien de bewijzen flessenhard op tafel liggen (zie kurk-en-zo-voort I ste).
Gelijmde kurken gaan net zo vaak of beter net zo min lekken als natuurkurken.
Synthetische kurken zijn volgens het onderzoek van de Oppenheimers vanaf het produceren hiervan nog steeds niet de veroorzaker van oxidatie (1984!).
Ook typische bewaarwijnen rijpen in met schroefdoppen gesloten flessen in dezelfde condities als flessen met natuurkurken. Dat is onder andere onomstotelijk bewezen door talloze wijnproducenten in Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk. In Zwitserland zijn (ook de duurste flessen) 90% van de geproduceerde wijnflessen met een schroefdop afgesloten.
Wijnproducent Querbach in de Rheingau zegt: "Ik laat mijn werk van een heel jaar niet door een defecte kurk teniet doen!".
Als de wijn je niet bevalt kun je hem gratis omwisselen voor een nieuwe van ongeveer dezelfde prijs. Zo’n zin kom je geregeld tegen in reclamemateriaal van de wijnhandel. Dat klinkt geruststellend. Je kunt je nergens een buil aan vallen, zo lijkt het.
Maar aan een "verkeerde" fles kun je wel lichamelijk ongemak overhouden. Denk maar eens aan al die soorten pijn in je voorhoofd, slapen, achterkant van je schedel of bovenop je hoofd. Ontregeling dus. En het wordt al helemaal genant als je visite in het leed deelt en je de andere dag opbelt met het compliment: wat heb jìj gisteren nou voor spul in m’n wijnglas gegooid?
Geen zelfverwijt Het is mij in goed dertig jaar vier keer overkomen dat ik wijn moest laten omruilen. Ik vroeg de bewuste leverancier dan steevast of er iets met die partij was misgegaan en of er nog méér klachten waren.
Nee, was dan het antwoord dat beide vragen dekte. Of dat een smoes was of niet, daar ben ik nooit achter gekomen. Ik moest het dus doen met de waarschijnlijkheid dat ik de enige was die iets tegen die bewuste wijn had. En mijn visite dan? Nou, hoorde ik de man aan de lijn dan denken, jullie zullen met z’n allen wel een paar flessen teveel hebben open gemaakt en dan krijg je geheid hoofdpijn.
In werkelijkheid viel dat mee. Vier flessen met vijf man in een tijdsbestek van drie uur, dat is toch geen kwantum voor zelfverwijt. Dus lag het tòch aan de wijn, of die handelaar daar nou voor uitkomt of niet. De "additieven" zullen wel aan de gang zijn geweest. Dat zijn al die toevoegingen die wettelijk in de wijn mogen worden gedaan en die helaas nergens op een buik-rug- of halsetiket hoeven te worden vermeld.
Bij levensmiddelen is dat al jaren verplicht, maar bij alcoholica alléén als er minder dan 1,2% in zit.
Aanmerking van De Weinschenker 2: Waarom noemt de schrijver niet de namen van de leveranciers? Vergeten? Kom nou, schrijvers weten toch anders ook alles wat hen is overkomen in het verleden? Of zijn ze bang voor klantenverlies?
Vermelding Vraag niet waarom daar de grens is getrokken. Het zal wel ergens toe dienen. Toch zou de wijnconsumentenwereld er sterk mee gebaat zijn als de Europese commissie ook voor wijn "ingrediëntenvermelding" op het etiket eens verplicht ging stellen. Want wat er nu allemaal "niet verboden" is dient de gezondheid beslist niet. Om het even bij die hoofdpijn te houden: die kan verscheidene chemische oorzaken hebben.
Om te beginnen kan er te royaal suiker aan de wijn zijn toegevoegd als het natuurlijke alcohol-percentage te gering was. Dan ben je het slachtoffer van te sterke "chaptalisatie". Vervolgens kun je migraine-achtige hoofdpijn krijgen van een overdosis zwaveldioxide. Dat spul wordt gebruikt tegen wijnazijn-bacteriën en om het gistingsproces te stoppen. In de wandeling heet het gevolg van zo’n dosis "sulfiet"-hoofdpijn. Gaat de wijn te groen in de fles dan kunnen agressieve tannines (looizuur) ook op de hersenpan gaan inbeuken met fysieke onttakeling als verschijnsel. Te overdreven houtrijping en een intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen in de wijngaard kunnen al evenzeer onaangename lichamelijke reacties teweeg brengen.
En klaringsmiddelen als eiwit, gelatine of zelfs dierenbloed, bindmiddelen, stabilisatie- en aanzuringsmiddelen mogen in het rijtje van eventuele boosdoeners al evenmin ontbreken. Bij verkeerde dosering past het bepaald niet om met zo’n glas wijn op iemands gezondheid te drinken.
Producenten van biologische wijnen gebruiken in z’n totaliteit bezien heel wat minder van al dat goedje en verkleinen daarmee de kans op ongemak na het wijndrinken. Het is dus niet verwonderlijk dat deze productie-stroming stevig in opmars is.
Aanmerking van De Weinschenker 3 met deze stellingen ben ik helemaal niet eens: in eerste plaats is het veroorzaken van hoofdpijn niet te zoeken in de hoeveelheden sulfiet en andere chemische stoffen, maar in het aanmaken van tegenmiddelen in het lichaam van de consument om de binnengekomen stoffen af te breken.
Ieder lichaam is anders geschapen en de één kan meer gemakkelijk dan de ander deze antistoffen produceren. Iedereen kan voor zich zelfs uitzoeken welke wijnen, zeker die met veel of weinig tannines of alcohol verdraaglijker zijn en zodoende beter verwerkelijker voor maag en hoofd.
Indien, volgens de schrijver van dit artikel, te royaal suiker aan de wijn zou zijn toegevoegd als het natuurlijke alcoholpercentage te gering was, slaat nergens op: Deze zogenoemde chaptalisatie is volledig overbodig en is (behalve door criminelen) bij geen serieuze wijnproducent in gebruik.
De openbare en indirecte consumentencontrole waren dodelijk voor iedereen die hiervan gebruik maakte. Ook hier weer eens de vraag naar namen van deze met suiker knoeiende producenten en niet zomaar wat in de wereld zetten.
Geen belang Natuurlijk hebben veel wijnboeren geen enkel belang bij vermelding van toevoegingen of bestrijdingsmiddelen. Want als dat onder strenge wettelijke controle gebeurt valt iedereen door de mand, die alleen dankzij al die rommel verkoopbare wijnen kan leveren.
Als een leverancier aan het eind van het distributiekanaal met klachten wordt geconfronteerd en hij koppelt terug naar de basis, dan zal hij daar geen enthousiaste wijnboer aantreffen die zegt: ja hoor, dat kan, wij hebben die wijn een extra peut zwavel gegeven.
Aanmerking van De Weinschenker 4: het is juist de leverancier aan de eindverbruiker, die de productie van inferieure kwaliteiten stimuleert, door zo goedkoop mogelijk flessen met slechte wijn aan te bieden. Kijk maar naar de Nederlandse horeca: goedkoper kan niet, maar met het smoesje "ze vinden het lekker!" weigeren de meesten drinkbare wijnen in hun assortiment op te nemen.
Wie dat allemaal aanhoort vraagt zich af waarom er dan toch nog hoogst drinkbare wijnen op de markt komen, die niet in de hoofdpijn-categorie thuishoren. Dat komt omdat het merendeel bij (steekproefsgewijze) controle niet door de mand valt en zich fatsoenlijk naar de wettelijke norm gedraagt. Alleen de charlatans krijgen de kans inbreuk te maken op de fysieke toestand van de wijnconsument.
Ze worden daar, ten opzichte van nette wijnboeren, ook nog eens onverdiend voor beloond, want ze krijgen totnogtoe de kans hun producten onbelemmerd aan de man of de vrouw te brengen tegen vaak niet geringe prijzen. Het wordt dus de hoogste tijd dat er een wettelijk klachtenrecht voor de consument komt, gekoppeld aan een schadevergoedingsregeling.
Maar dan niet zo onwerkbaar als een paar jaar geleden in de sfeer van de productaansprakelijkheid op het volk is losgelaten. Ik moet bij mijn leverancier kunnen melden dat ik ziek ben geworden van een bepaalde wijn. En vervolgens moet ik kunnen rekenen op een gedegen onpartijdig onderzoek naar de oorzaak, met daaraan verbonden de mogelijkheid tot het uitkeren van smartegeld.
Eens kijken hoelang die knoeiers het dan nog volhouden....
Reacties 24 februari 2002: Jan Timmers, Gemert.: objectief
Met interesse las ik uw interessante artikelen op de site van Lekker Wijntje. Objectieve voorlichting over de kwaliteit van wijnen is helaas nog steeds uitzondering. Sinds kort ben ik weer voorzichtig, maar enthousiast begonnen met het genieten van wijn, na een allergie die 17 jaar geduurd heeft. Ik werd er dus echt zeer ziek van en naar ik nu vermoed door allerlei ongecontroleerde toevoegingen aan de wijn.
Op advies van een vriend ben ik een wijn gaan drinken die aangeraden werd door een blind-proefpanel van het dagblad Trouw, en wel een Californische Merlot van de firma Gallo. Bij het rapport stond dat deze wijn vrijwel geen zwavel bevatte. En inderdaad het is een heerlijke wijn en de volgende dag geen centje pijn. Wat een ontdekking en wat een opluchting.
Eindelijk weer eens genieten van een lekker glas wijn zonder kopzorgen. In uw artikel las ik dat u ook aandacht schonk aan het feit dat er geen enkele aanduiding op de etiketten staat over de inhoud van de fles. werkelijk schandalig als men dit vergelijkt met het eerste beste potje pindakaas bij AH, waar alle E stoffen tot 3 cijfers achter de komma vermeld staan, en dat zijn nog gecontroleerde stoffen.
De vraag die me nu bezig houdt is deze: Hoe weten jullie professionele proevers nu hoeveel zwavel of andere stoffen er in de te proeven wijn zit? Onderzoeken jullie dat met een soort lakmoesproef of hoe moet ik me dat voorstellen? En hoe kan ik als belanghebbende leek er achter komen of deze stoffen er in zitten? Als dit inderdaad onderzocht kan worden willen jullie dat dan bij elke test vermelden, zodat de lezer hiermee bij aankoop rekening kan houden.
Verder niets dan lof over uw artikelen en veel succes met uw werk.
Aanmerking van De Weinschenker 5: Dit past als een deksel op de pan: een wijn, die verdraaglijk is, doordat hij gevinificeerd is van één enkele druivensoort, de Merlot. Iets wat bij De Weinschenker heel hoog in het vaandel staat. Wijnen, die wij aanbevelen zijn allemaal van een druivensoort en logisch meestal uit Duitsland en de landen aan de andere kant van aardbol: Chili, Argentinië, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.
Omdat daar (en nu sinds enkele jaren steeds meer ook in Frankrijk, Spanje en Italië) reeds jaren wijnen in alle smaken en van alle druivensoorten aangeboden worden.
Wij van De Weinschenker pleiten al sinds er moderne, goedkope en vooral technische mogelijkheden zijn om wijnflessen af te sluiten met bijvoorbeeld een draaibare stalen afsluiting, die na het vullen van het glas (de glazen) weer op de fles gedraaid kan worden.
Dit is een niet te weerleggen perfecte afsluiting en heeft enkele graverende voordelen:
- Geen kans voor wijn bedervende kurken (dus geen kurksmaak, geen gefrustreerde kelners en geen teleurgestelde wijnproducenten, die alle jaarlijkse werkzaamheden voor niets aanzagen!).
- De wijnliefhebber kan voorts de aangebroken fles gemakkelijk sluiten en opbergen.
- Vrouwvriendelijk en geen kans op afbrekende of in de fles glijdende kurken.
Het artikel vonden wij in een Nieuwsbrief van Lekker-Wijntje van de Wijnschrijver Binders. Ook deze heer is niet op de hoogde van onlangs bewezen feiten in enkele wijnvakbladen. De aangetoonde bewijzen van de ideale flesafsluiting is te lezen in Kurk-en-zo-voort I ste.
|