De Weinschenker
Toscane Brunello di Montalcino Banfi
Brunello di Montalcino heeft zich in korte tijd een plaats verworven tussen de grote wijnen van Italië, en zelfs van de wereld. Hoe is dit succes tot stand gekomen en wat betekent het voor karakter en kwaliteit van de wijn? Tijd voor een bestandsopname.
Het verhaal gaat dat ergens in 1954 Marco Trimani, wijnhandelaar te Rome, bericht kreeg uit het presidentieel paleis. Kringen rond het staatshoofd hadden vernomen dat in Toscane een grote wijn was ontstaan, luisterend naar de naam Brunello.
Men wenste zich dit fenomeen voor een statiediner, of hij even 24 flessen wilde leveren.Trimani was niet alleen handelaar, maar ging ook prat op een ongehoorde kennis van de Italiaanse wijn van zijn tijd.
Ene Brunello was hem echter totaal onbekend. Wat te doen? Rondvragen in Rome leverde niets op. Dan maar de trein naar Florence genomen, alwaar hij na enige dagen zoeken gelukkig een paar doosjes wist te traceren. Trimani's geschiedenis illustreert de situatie van nog geen 40 jaar geleden.
In en rond Montalcino bevonden zich toen 5 producenten van Brunello, die krap 5 0 hectare wijngaard beheerden.Vanaf ongeveer 19 7 5 trad een enorme groei in, leidend tot het huidige bestand van ruim 200 producenten en 13 00 hectare aan wijngaard. Misschien wel de grootste successtory van de oude wijnwereld.

Brunello, de houdbare? Bij velen heeft Brunello de reputatie van een stoere, vrijwel oneindig houdbare wijn. Het 20 jaar opleggen van een Brunello zal echter bijna altijd eindigen in teleurstelling, bij opening blijkt hij over de top. Een verkeerd wijnhuis of oogstjaar gekozen?
Nee, hier zit de mythe de werkelijkheid in de weg. Een moderne Brunello is, uitzonderingen daargelaten, een jaar of 10 na de oogst volledig op dronk. De wijn is dan zowel vol en krachtig, als zwoel en zacht.
De houdbaarheidsmythe van Brunello heeft alles te maken met ligging en stijl van wijnmaken van Biondi-Santi, het pioniersbedrijf dat de wijn groot heeft gemaakt. Il Greppo, de wijngaard waar het allemaal begonnen is, ligt zeer hoog op de oostelijke rand van de Civitella heuvel die het Brunellogebied domineert. Het klimaat hier is relatief koud, met een stevige ochtendbries en een lage bezonning.
Toen Ferruccio Biondi-Santi rond 1880 de Brunello uitvond - ruim voor de introductie van moderne keldertechnieken - werden deze omstandigheden als ideaal gezien voor wijnbouw, want ze zorgen voor wijnen met veel fruit.
Echter ook voor een stevige dosis zuur en tannine. Dit karakter werd - en wordt, want bij Biondi-Santi hecht men aan oude, tradities - nog versterkt door een lange gisting op de schillen en persing van de druivenschuiten onder hoge druk. Resultaat van dit alles: schrale, zeer tanninerijke wijnen, die extreem lange flesrijping nodig hebben om drinkbaar te worden.
Biondi-Santi's jaargangen 1890 en 1891 raakten pas na 1950 op dronk, maar bij internationale proeverijen in de zestiger en zeventiger jaren bleken ze zich schitterend ontwikkeld te hebben. De wijnwereld stond perplex en de Brunello-mythe was geboren.

Van Il Greppo naar Sant 'Angelo Sinds de ontdekking dat vergisting op lage temperatuur leidt tot behoud van fruitaroma's, is het ook in warme gebieden mogelijk geworden goede wijn te maken. De eerste die de consequenties hiervan voor Brunello inzag was Pierluigi Talenti, vanaf 1959 directeur en wijnmaker van Il Poggione. Dit grote wijndomein is gesitueerd in de hete Orciavallei, onder het plaatsje Sant 'Angelo in Colle, aan de zuidrand van het Brunellogebied.
De Brunelllo die Talenti hier vanaf begin zeventiger jaren het licht liet zien vormt de tegenpool van Biondi-Santi's type: geconcentreerd en vet, met weinig zuur.Typisch een wijn van zeer rijpe druiven. Zoals gezegd, redelijk houdbaar, maar echt nodig is het niet. Il Poggione 1993 was een jaar geleden prachtig, maar loopt inmiddels al wat terug.

In het spoor van Tatenti Talenti's voorbeeld heeft geleid tot de Brunelloboom die zich vanaf 1975 heeft voorgedaan. In veruit het grootste deel van de Brunellostreek, te weten de laaggelegen vlaktes langs de grenzen van het gebied en de west- en zuidflanken van de Civitellaheuvel, wordt het's zomers behoorlijk warm. Er is wel onderscheid in microklimaat en grondsoort tussen de verschillende subzónes, maar vrijwel overal blijkt men redelijke Brunello, van het zwoele type, te kunnen maken.
Uitzondering vormd de oostelijke heuvelrand, waar in de loop der tijd, in het zog van Biondi-Santi, een flinke serie bedrijven heeft gevestigd. Door de relatieve koelte die hier heerst maken zij ondanks moderne keldertechnieken de schralere, langlevende soort. Maar dat is inmiddels de minderheid. Het nieuwste ontwikkelingsgebied bestaat uit de flinke heuveltop die zich in de zuidoostpunt van het Brunellogebied verheft, naast en onder Castelnuovo dell'Abate. Vreemd genoeg is dit stuk door de eerste aanplantgolven over het hoofd gezien terwijl het voor wijnbouw ideaal lijkt: de heuvel vangt de volle zon, maar er waait ook een stevige bries, die voor koelte en gezondheid van de druiven zorgt.
Oude rot Mastrojanni had dat al een paar decennia geleden in de gaten, later gevolgd door perfectionist Palmucci ( Poggio di Sotto ). Ze maken wijnen die het beste der beide klimaten in zich verenigen: fruit en rijpheid door goede bezonning, frisheid en elegantie door de relatieve koelte. Inmiddels wordt er overal in deze zone gebouwd en geplant. Een supergebied in wording? Over 10 jaar weten we het.

Barriques en Syrah De internationale trend om Franse druivensoorten als Cabernet, Merlot en Syrah te gebruiken is ook aan Montalcino niet voorbij gegaan. Voor wijn uit deze importdruiven is recentelijk de aparte DOC Sant'Antimo opgericht.Tot dusverre lijkt Syrah hier de beste papieren te hebben, de experimentele wijnen van deze druif die ik de afgelopen jaren geproefd heb waren bijzonder vol en krachtig. Toch is het niet te verwachten dat de nieuwe druivensoorten een grote factor gaan worden.Voor Brunello is en blijft 100% Sangiovese Grosso - de locale variant van de Toscaanse kwaliteitsdruif - voorgeschreven. Bovendien is Brunello internationaal zo succesvol dat er voor de wijnboeren weinig winst te behalen lijkt uit een overgang op andere wijntypen.
Een ontwikkeling die Brunello wel in zijn greep heeft vormt de toepassing van barriques. Pioniers hiervan zijn de grote bedrijven Villa Banfi en Caparzo, maar inmiddels proef je zelfs in de wijnen van het oude bedrijf Colle al Matrichese de invloed van de eiken vaatjes.
Traditioneel is Brunello een wijn die langdurig (3,5 jaar) wordt opgevoed in grote vaten van kastanje- of eikenhout. Daar ontleent hij zijn typerende zachtheid aan, maar ook een onmiskenbaar boers aroma. Met barriques verdwijnt dit, de geur wordt fijner (kersen en vanille) en de smaak strakker.
In lijn met de barriquetrend is recentelijk ook de minimale vatrijping teruggebracht, van de voornoemde 3,5 jaar naar 2 jaar. Door dit alles dreigt de 'oude' Brunello te verdwijnen, ten gunste van een type topwijn dat internationaal veelgevraagd is, maar - naar mijn persoonlijke mening - karakter mist.

Prijs en kwaliteit Brunello is duur, de winkelprijs ligt gemiddeld bij een gulden of vijftig per fles.Vaak wordt gevraagd: is de wijn dat geld wel waard? Verschillende antwoorden zijn mogelijk. In de eerste plaats is Brunello, door zijn combinatie van kracht en drinkbaarheid, een unieke wijn. Dat is beslist geld waard.
Aan de andere kant loopt een glas Brunello toch vaak uit op een lichte teleurstelling, omdat het nét wat volheid in aroma, of nét wat pit in de smaak mist.Van bijna alle producenten, ook de zeer dure, heb ik wel eens Brunello geproefd die me flink tegenviel. Aan het jaar lag het dan niet, buurbedrijven maakten bijvoorbeeld net iets prachtigs.
Ik denk dat het komt doordat het echte potentieel nog niet benut is, Er is gewoon te weinig ervaring met Brunello en er wordt ook nog teveel aan geknutseld, zoals de recente bekorting van de vatrijpingsperiode aantoont, om - in goede jaren - constante kwaliteit te kunnen garanderen.
In de tussentijd zijn de prijzen wel onveranderlijk hoog, en daarin schuilt iets onrechtvaardigs.

In dit verband heb ik twee tips.
Ten eerste: p
robeer Rosso di Montalcino. 'Rosso' komt uit hetzelfde gebied als Brunello, maar mag al een jaar na de oogst worden uitgebracht, Voor Brunello is dat vier jaar. Rosso is vaak de wijn van minder goede druiven, maar veel wijnboeren brengen, om cashflow te genereren, standaard een deel van hun wijn uit als Rosso. Een goede Rosso heeft dezelfde combinatie 'van volheid en zwoelte als Brunello, maar is door zijn jeugd frisser en levendiger. En een stuk goedkoper.

Voorbeelden van goede Rosso- producenten: Casanova di Neri, Siro Pacenti, Ciacci Piccolomini, Agostina Pieri en Pertimali.
Tip twee is bestemd voor diegenen die over een kelder en enig geduld beschikken: bewaar een partij goede Rosso een jaartje of 5. Maak na die tijd een flesje open en proef. een kleine Brunello.
Proost   Zum Wohle   Prosit   Salute   Cherio   Sante
Flessenpost naar De Weinschenker
™DeWeinschenker2004