![]() | |||
![]() | |||
| Genieten van Alcohol mag
Overzicht alle artikelen betreffende: Wijn en Gezondheid B A C, doen en laten. We weten het, we nemen een paar glaasjes en de alcohol stijgt naar het hoofd, we worden wat vrolijker, praatgrager en het gezelschap is nog gezelliger en aangenamer dan toen we binnenkwamen. Zouden we daarna niets meer nemen, dan keren we langzaam terug in ons normale doen, de conversatie loopt wat stroever, naar woorden moet worden gezocht en het gezellige gezelschap bestaat eigenlijk uit saaie sokken met wie geen lol te beleven valt. Roep Bob, we gaan naar huis. We hebben het over de bloedalcoholconcentratie (BAC). Wat omhoog gaat, komt naar beneden, en zo is het met onze BAC ook. Zou het wat uitmaken voor hoe we reageren, wat we doen en hoe we denken tijdens het oplopen van het BAC-niveau of tijdens het dalen van de BAC? Zijn we nog net zo geestig en ad rem en weten we nog steeds zoveel gewaagde mopjes uit de mouwen te schudden? Dat de opname van alcohol in het bloed veel sneller gaat dan de afbraak - ofwel dat de BAC-stijging steiler verloopt dan de daling¸ wisten we al, maar wordt dat weerspiegeld in ons doen en laten? Ook is al bekend dat lopen, handelingen en andere bewegingen slechter verlopen bij een toename van de BAC dan bij de afname van de BAC, wat zou kunnen wijzen op gewenning aan de alcohol in ons lijf. Zwak onderzoek Opvallend is dat er naar het denkvermogen heel weinig onderzoek is gedaan tijdens een stijgende en dalende BAC. Tests die erg lang duren kunnen daarvoor niet gebruikt worden, immers: wordt te lang gewacht, dan is men dronken of volledig onttnuchterd. Gelukkig is er de computer; daarop kunnen korte tests vertoond worden waarmee ook nog verschillende specifieke aspecten van ons denken kunnen worden gemeten, zoals aandacht, herinnering, herkenning enzovoort. Ook kan dezelfde test die gebruikt is tijdens de stijging van de BAC niet opnieuw gebruikt worden tijdens de daling van de BAC. Het spreekwoord zegt: oefening baart kunst. Met andere woorden: een tweede keer dezelfde test uitvoeren is makkelijker door herinnering en het bekend zijn met de test. De oplossing is de volgorde van de tests te variëren om daarmee leereffecten gelijk te houden. Ook is het niet verstandig groepen deelnemers te gebruiken die of alleen met een stijgende BAC worden gemeten of alleen met een dalende BAC. Groepen kunnen verschillen in gevoeligheid voor alcohol. Beter is dezelfde deelnemers te gebruiken zowel tijdens stijgende als dalende BAC en ze uiteraard onwetend te houden of ze alcohol hebben gekregen, anders spelen verwachtingseffecten mee. Shakespeare en auto Eerder goed opgezet onderzoek bevestigende dat de motoriek verslechterde, trager en minder precies werd, wat wees op een verslechtering van taakuitvoering bij een stijgende BAC, maar veel minder bij een dalende BAC. Prestaties op cognitieve of denktaken verslechterden zowel bij een stijgende als dalende BAC. Een taak waarbij op een teken op het scherm gestopt moest worden met reageren, verliep bij 0,5-0,8 promille net zo slecht bij een stijging als daling van de BAC. Werd een motorische taak en een cognitieve taak gelijktijdig uitgevoerd bij eenzelfde BAC, dan werden beide taken slechter uitgevoerd tijdens de BAC-stijging, maar tijdens een dalende BAC bleef alleen de motorische vaardigheid slechter; het cognitieve vermogen herstelde zich. Dit suggereert dat we bij autorijden als we naar huis rijden na een feestje, dus tijdens een dalende BAC, cognitief weer de oude zijn, maar dat onze motoriek het nog steeds laat afweten! We denken dat we kunnen autorijden, maar het autorijden verslechtert, we maken fouten. Het lijkt op wat Shakespeare al een tijdje geleden stelde: "Alcohol provokes the desire, but it takes away the performance". Shakespeare had alleen seks, wij hebben ook auto's. De boodschap is duidelijk: we willen wel, maar in wat we doen zitten fouten. Bob is hard nodig! Het onderzoek Eerder onderzoek onderzocht meestal slechts één aspect van het denken. Om een goed beeld te krijgen van onze gehele denkverrmogen zouden meerdere aspecten onderzocht moeten worden. Canadese onderzoekers dachten er ook zo over. Twintig sociale drinkers, allen mannen van rond de 20, deden mee. Er werden acht verschillende aspecten van cognitie gemeten. Deze betroffen het geheugen, snelheid en nauwkeurigheid van het verwerken van informatie en controle op het moeten stoppen. Er werd op gemikt om 70-90 minuten lang een BAC te hebben van 1.00 promille tijdens taakuitvoering. Om niet te kunnen achterhalen dat er alcohol in het spel was, werd een fruitige soft drink gebruikt waarin alcohol was gedaan. Er werd 35 minuten na inname gemeten (tijdens stijging van de BAC) en na 95 minuten tijdens daling van de BAC). Er ging veel mis! Wat ging er mis tijdens stijging van de BAC? Het onmiddellijke geheugen voor woorden ging weliswaar niet achteruit, maar als er 20 minuten gewacht werd om ze te herinneren tussen andere woorden, werd er 11 procent minder herkend. Over koetjes en kalfjes babbelen gaat nog wel op een feestje, maar een echt gesprek voeren, lamaar zitten. De snelheid van het omzetten van symbolen aan de hand van een lijstje naar daarbij behorende cijfers, wat staat voor de snelheid van informatieverwerking, ging met ruim 18 procent achteruit zonder dat dit ten koste van de kwaliteit ging. Anders gezegd: het werken met codes of symbolen gaat net zo goed zonder als met alcohol, alleen heeft men meer tijd nodig met alcohol. Productiviteit is lager, het werk blijft kwalitatief goed. Wordt de omzetting uitgevoerd zonder codes, dus puur op basis van het geheugen, dan gaat het 23 procent langzamer en worden wel meer fouten gemaakt, namelijk 19 procent. Lagere productiviteit én slecht werk! (zie figuur).
Of men op tijd weet tijd te stoppen werd met de kleurtest gemeten. Als bijvoorbeeld het woord rood in de kleur rood werd getoond, moest men een knop in drukken, in een andere kleur moest men niet drukken. Het aantal fouten nam niet toe, maar het moment van stoppen was 10 procent later. Er wordt goed geremd, maar te laat!
Wat ging er mis tijdens daling van de BAC? Het correct herinneren van abstracte lijnpatronen, wat staat voor visueel geheugen, ging zowel onmiddellijk als 20 minuten later significant met 11 procent achteruit. Men heeft niet door dat een doodlopende straat werd aangegeven. Het waarschuwingspictogram op de werkplek dat hoogspanning aangaf, werd niet als zodanig begrepen. Het visueel-ruimtelijk geheugen voor bepaalde plaatsen werd tijdens de dalende BAC 21 procent slechter. Lastig als je na een feestje niet meer weet waar je auto staat. (Schrijver dezes overkomen; Bob gebeld!) Het omzetten van codes uit het geheugen naar cijfers of omgekeerd gaat met 21 procent achteruit. Bij het plakken van groene, gele of groene gezond-eten-stickers op voedingsproducten op basis van hoeveelheid ongezonde vetten wordt 21 procent meer foutief geplakt (zie figuur). Van het aantal keren dat gestopt of doorgegaan moest worden ging 2,8 procent mis. Of we doorrijden als het rood is en stoppen als het groen is, beslissen we vlot, maar niet altijd juist. Wat niet misging Wat tijdens een stijging en daling van de BAC niet misging was het onmiddellijk werkgeheugen. Dit hield in het onthouden van een reeks van drie medeklinkers gedurende 18 seconden waarin een andere opdracht uitgevoerd moest worden. Het werkgeheugen verslechterde niet, noch tijdens de stijgende noch tijdens de dalende BAC. Evenmin was dat het geval voor het onmiddellijke geheugen voor woorden. Prietpraat kan men met een slokje goed volhouden. De essentie: tijdens een stijging van de BAC is er een verlangzaming en worden meer fouten gemaakt. Tijdens een daling van de BAC gaat het niet om de snelheid van reageren - die is oké -, maar het maken van fouten gaat door of neemt zelfs toe. Wat betekent dit voor de praktijk van alledag? Is men aan het innemen met innemende mensen op een feestje, feestelijke bijeenkomst of tijdens een happy hour, dan gaat het allemaal wat langzamer en zijn de remmen wat minder strak afgesteld. Na afloop reageren we op tijd, maar het zijn niet altijd correcte reacties, het kunnen fouten zijn. Bron: Schweizer, T. A, et al (2006). Neuropsychopharmacology, 31 (6), 301-1309. Jan Snel Directeur Stichting SHARE - Advies | |||
![]() | |||
™De Weinschenker2006 | |||