De Weinschenker Dr. Jan Snel
Genieten van Alcohol mag
Overzicht alle artikelen betreffende: Wijn en Gezondheid

Alcohol: wel de lusten, niet de lasten.

D
ood gaan we allemaal. Of dat gebeurt door kommer en kwel, k, tb, leverziekte, ongevallen, geweld of domme pech, we moeten er allemaal aan geloven. Al goed bekend is dat een glaasje helpt om het risico op hart- en vaatziekten te verlagen.
Dit gunstige effect zou komen door een verhoging van het goede cholesterol, minder plakkende bloedplaatjes, minder bloedstolsels en bescherming tegen ontstekingen. Goed nieuws! Ook goed bekend is dat alcoholmisbruik de gezondheid schaadt. Maar bij hoeveel glaasjes hebben we nog wel de lusten, maar niet de lasten?

Ook bekend is dat het verband tussen alcohol en de sterftekans een j-vormige curve vertoont, wat komt door een combinatie van gunstige en schadelijke effecten. Een lage alcoholconsumptie is gunstig voor het hart, onze suikerhuishouding en andere gezondheidsaspecten, maar verhoogt het risico op bepaalde ziekten en ongevallen.
Ook lijkt het effect van alcohol anders uit te vallen voor mannen en vrouwen. Kortom, er is ondanks de grote hoeveelheid wetenschappelijke bevindingen nog altijd veel onduidelijkheid, verwarring en onzekerheid over het verband tussen alcohol en de som van alle kansen op overlijden, ofwel het totale sterfterisico.

Omslagpunt bij vier glazen.

Het onderzoek.
O
m wat meer licht te brengen in deze situatie zocht een Italiaanse groep onderzoekers onder leiding van Augusto Di Castelnuovo (het zou een wijnmerk kunnen zijn) al die onderzoeken op die een beginmeting hadden en na verloop van een aantal jaren een eindmeting. Van de 73 onderzoeken die gevonden werden, bleven er uiteindelijk 34 over die voldeden aan de eisen die de onderzoekers van te voren hadden gesteld.
Helaas, voor de trouwe lezer, Nederlands onderzoek ontbrak. Alsof Nederlanders niet van een glaasje houden en niet doodgaan. Wel was er onderzoek uit Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië, dus als Europeaan gelden de uitkomsten ook voor ons Nederlanders.

Het aantal glaasjes werd omgerekend naar grammen alcohol, rekening houdend met de standaardglasgrootte die van land tot land kan verschillen; in Nederland bevat een standaardglas 10 gram alcohol.
Bij het analyseren van alle data van totaal ruim 1 miljoen mensen uit de VS, een aantal Europese landen, Australië, Japan en China werd rekening gehouden met leeftijd, sociale afkomst, voeding, het aantal deelnemers per onderzoek en het aantal jaren dat het onderzoek duurde.
De onderzoeken telden in die jaren bij elkaar ruim 94 duizend overlijdensgevallen. Leuk materiaal om er flink aan te rekenen.

J-curve.
W
at uitgerekend werd waren curven die het verband aangaven tussen de hoeveelheid glazen en het totaalrisico te overlijden aan wat dan ook (voor de fijnproevers de 'all cause mortality).
Deze rekenarij leverde 56 curven op voor alle deelnemers bij elkaar, 37 curven voor mannen en 19 voor vrouwen, 11 curven voor groepen deelnemers uit Europa, 17 voor de VS en 11 voor deelnemers uit andere landen.
Wat heel belangrijk was, was dat voor de meeste curven (30) gold dat de groep waarmee vergeleken werd, de zogenaamde referentiegroep, bestond uit echte niet-drinkers, dus zonder mensen die voorheen alcohol gebruikten. Voor de overige curven was dat niet altijd het geval.
Alle curven lieten een J-vormig verband zien. Dit betekent dat in vergelijking met de referentiegroep waarvan het totaalsterfterisico op 1 gesteld wordt, alcoholgebruikers een lager risico hebben tot een bepaalde hoogte van gebruik. Als de consumptie verder toeneemt is er vergeleken met de referentiegroep een hoger totaalsterfterisico.

Totaalsterfterisico en alcoholgebruik in gram/dag (van 0-70 gram) Totaalsterfterisico en alcoholgebruik in gram/dag (van 0-70 gram) Het totaalsterfterisiso voor nietalcoholgebruik is gesteld op 1 (verticale as)
Bron: Di Coslelnuovo, 2006, Arch Intern Med

Over alle ruim 1 miljoen deelnemers beschermde 17-20 gram alcohol (twee glazen) het beste tegen het totaalsterfterisico. Het omslagpunt lag bij 42 gram (vier glazen!. dat wil zeggen dat het alcoholgebruik op dat punt statistisch niet langer beschermde.
Werd rekening gehouden met leeftijd dan lag het omslagpunt bij 37 g/dag (een kleine vier glazen) en werd ook nog gecorrigeerd voor sociale afkomst dan was dit 46 gram.
Werd naast sociale afkomst tevens gecorrigeerd voor voeding dan lag het omslagpunt bij drie glazen per dag. Dit betekent dat een slechte voeding of geen voeding bij alcoholgebruik de kans te overlijden aan wat dan ook fors verhoogt.

Man-vrouw.
V
rouwen verdragen alcohol minder goed dan mannen, wat zich vertaalt in een lagere norm voor verstandig alcoholgebruik voor vrouwen dan voor mannen.
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de maximale bescherming tegen het totaalsterfterisico bij vrouwen vergeleken met de groep met geen alcoholgebruik lag tussen de 13 en 22 g/dag met een omslagpunt bij 18 gram (een kleine twee glazen!; bij mannen was dit 15-19 g/ dag met een omslagpunt bij 38 gram (vier glazen).

Of men als vrouw of man komt uit Europa, de VS of uit de groep landen Australië, Japan en China maakt niet veel uit. Voor vrouwen ligt het omslagpunt van wel bescherming naar geen bescherming tegen het totaalsterfterisico in Europa bij twee glazen, in de VS bij 2,5 glas en in Australië, China en Japan bij 3,5 glas/dag.
Bij Europese mannen valt op dat het omslagpunt ligt bij een kleine 6,5 glas met een maximale bescherming bij twee tot drie glazen. Dat scheelt dus een slok op een borrel vergeleken met het omslagpunt bij Amerikaanse mannen en die uit Australië, Japan en China, met respectievelijk 3 en 4,5 glas.

Vergelijkingsgroep.
O
m goed de betekenis van alcoholgebruik voor de bescherming tegen het totaalsterfterisico te kunnen vatten, is een vergelijking met échte niet-drinkers het beste. Dit betekent dat bij de groep niet-drinkers niet mensen mogen zitten die ooit gedronken hebben.
Is deze vergelijkingsgroep 'vervuild' met incidentele en ex-drinkers dan ligt het omslagpunt voor alcoholgenieters bij ruim vijf glazen/dag (52 gram), maar bij drie glazen als de 'vervuilers' uit de referentiegroep zijn gehaald.
Het kan betekenen dat de ex-drinkers vanwege gezondheidsredenen ooit zijn gestopt met hun alcoholgebruik, waardoor bij hun aanwezigheid in de vergelijkingsgroep het contrast in de bescherming tegen het totaalsterfterisico groter is dan zonder hen.
Of het aantal deelnemers per onderzoek minstens 6000 mensen betrof of minder laat niet een opvallend verschil zijn in het aantal glazen per dag dat maximaal beschermt tegen het totaalsterfterisico in vergelijking met de referentiegroep; dit ligt bij één tot twee glazen, het omslagpunt bij ongeveer drie glazen.

Duur.
E
r waren in de 48 onderzoeken waarin rekening was gehouden met leeftijd, geslacht, land, de samenstelling van de referentiegroep en groepsgrootte, 22 onderzoeken die minstens tien jaar duurden en 26 onderzoeken die minder lang duurden.
Het totaalsterfterisico lag het laagst bij 18-25 g/dag in de lang durende onderzoeken en bij 13-27 gram bij de kortdurende onderzoeken. De omslagpunten lagen respectievelijk bij 37 en 34 g/dag ofwel bij drie forse glazen.
Opvallend is dat de periode van onderzoek in de 48 onderzoeken wel wat uitmaakt. Van de 25 onderzoeken die vóór 1999 waren uitgevoerd, lag de maximale bescherming tussen de 13 en 18 g/dag en het omslagpunt bij 29 gram (drie kleine glazen).
Bij de 23 onderzoeken vanaf 1999 was de maximale bescherming bij 18 tot 24 g/dag weliswaar overeenkomstig, maar lag het omslagpunt bij 48 g/dag, een kleine vijf glazen. Anders gezegd: in de eerdere onderzoeken wordt het totaalsterfterisico over een kortere range van matig alcoholgebruik verlaagd dan in later onderzoek. Het kan wijzen op een veranderd drinkpatroon in de loop der jaren.

Bescherming.
G
lobaal genomen was de bescherming door alcoholgebruik tegen het totaalsterfterisico vergeleken met dat van referentiegroepen tussen de 15 en 18 procent, wat uit het oogpunt van de volksgezondheid beduidend is.
Hield men in dezelfde onderzoeken rekening met allerlei stoorvariabelen, zoals dieet, sociale afkomst, geslacht, leeftijd en land van herkomst, dan daalde de maximale bescherming met slechts 3 procent naar 16 procent.
Zelfs als men heel pessimistisch wil zijn en zou stellen dat er nog meer gecorrigeerd had moeten worden voor andere (niet gemeten of onbekende) stoorvariabelen en zou er dan nog eens 3 procent van de maximale bescherming afgaan, dan blijft er altijd nog 13 procent over.
Anderzijds zijn er stoorvariabelen waarvan bekend is dat ze het beschermende effect van matig alcoholgebruik juist vergroten. Regelmatig, matig gebruik verdeeld in de tijd en met plezier genuttigd vergroot het gunstige effect van een glaasje.
Gegevens over dit type consumptie zijn helaas in de analyses niet opgenomen simpelweg omdat ze niet zijn gemeten. Als we stellen dat het gunstige effect van 'goed drinken' op 3 procent ligt, dan wordt de maximale bescherming 16 procent.
Kortom, matig alcoholgebruik beschermt tegen het risico voortijdig te overlijden aan allerlei ellende in vergelijking met mensen die geheel niet van een natje houden.
JAN SNEL, UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM, DIRECTEUR STICHTING SHARE-ADVIES
Proost   Zum Wohle   Prosit   Salute   Cherio   Sante
Flessenpost naar De Weinschenker
™De Weinschenker2006