Ook wijn te drinken is een kunst!Opgetekend in het Duits van Hiltrud Hollich bij Weingut Becker, vertaald van JS te BreugelAnno oktober 2009. De originele tekst in het Pfälzer dialect. Een wijnberg onderhouden is al zwaar, een wijn genieten nog veel zwaarder, en niet voor niets is de gezegde: “Ook wijn te drinken is een kunst!” Het eerste glaasje smaakt nog zuur, en pas na lange duur durf je het aan de laatste druppel te drinken van jouw eerste schoppen. En dan bestel je de tweede, die kan je al beter leiden. Kan je met de smaak al verzoenen en kan je langzaam aan gewennen! Bij de derde wordt je munter, de wangen en de neus worden bonter, bij ieder slokje, dat merk je bestendig, geleidelijk word de geest actiever! Een wenk vol trots naar de waard, en stilvergenoegd brengt deze de vierde. Bij deze – dat had ik bijna vergeten – daar moet je beslist wat bij eten. Dan doet de vijfde voor jouw staan, je komt op fantastische ideeën. Hebt denkbeelden zoals nog nooit in het leven en hebt nog nooit zo geklets als nu. En hierna zit je voor de zesde, nu is de naaste al jouw lifste, jouw doodsvijand in normale tijden, je praat met 'jouw' en kunt hem goed leiden. De zevende halve, der is kritisch – hij maakt de mens soms politiserend. Kip hem weg, helemaal stil en zacht, neem gelijk de achtte! En iedereen weet bij het achtte glas hoort bij de mens een stukje kaas. Dat prikkelt het gehemelte, sterkt de maag, kort men kan weer eentje verdragen. Dat wordt nu dus de negende, rondom jouw zijn alleen maar vrienden. De glazen en de hersens worden leger, de benen, de kop en de tong zwaarder. En van de tiende en de elfde, drinken twee politiemannen ook een halfje . Die willen sluiten en jouw voor dronkenschap behoeden. Wie wijn drinkt moet voor alles weten, daar waar de grens is daar is zij. Men mag de kar niet overladen, een druppel meer en die kan nu schaden! Een wijnberg onderhouden is al zwaar, een wijn genieten nog veel meer, en niet voor niets is de gezegde: “Ook wijn te drinken is een kunst!” Duitse tekst: Aach Wein zu trinke is e Kunst En Weinberg pflege is schon schwer, en Wein zu pflege noch viel mehr, un schließlich sagt mer nit umsunst: „Ach Wein zu trinke is e Kunst!" Des erste Gläsje schmeckt noch sauer, un erst nach ziemlich langer Dauer getraust de dich, de letzte Troppe zu trinke von dei´m erste Schoppe. Un dann bestellst de der de zweite, den kannst de dann schon besser leide, duhst dich mit dem Geschmack versöhne und duhst dich langsam dran gewöhne! Beim dritte werst de awwer munter, die Backe un die Nos wer´n bunter, bei jedem Schluck, des merkste ständig, allmählich wird de Geist lebendig! Ein Wink voll Würde nach dem Wirte, un stillvergnügt bringt der de vierte. Bei dem – des hätt ich bald vergesse – do musst de unbedingt was esse. Dann duht der fünfte vor dir stehen, du kimmst uff glänzende Ideen, hast Einfäll´, wie noch nie im Lewe, un host noch nie gered´t wie ewe! Un darnach sitzt de vor dem sechste, jetzt liebst de rückhaltlos dei´n Nächste, dein Todfeind in normale Zeite, du redst per „du" und kannst´n leide. De siebte Halwe, der is kritisch – er macht de Mensche leicht politisch, loß en eweck, ganz still und sachte, ihn iwwerhipp, nemm gleich de achte! Ein jeder wääß, zum achte Gläsje gehört dem Mensch e Spundekäsje. Des reizt de Gaume, stärkt de Mage – korz, mer kann widder ään vertrage. Des wär jetzt also schon de neunte, um dich herum sin nor noch Freunde; Die Gläser un des Hirn wer´n leerer, die Bää, die Köpp un Zunge schwerer. Un von dem zehnte un vom elfte, trinke zwä Schutzleit noch de Hälfte, die wolle Feierabend biete und Dich vor einem Rausch behüte. Wer Wein trinkt, muß vor allem wisse, dort wo de Grenz halt is , do isse; Mer darf en Karr´n net iwwerlade – ää Troppe mehr, des kann schun schade! En Weinberg pflege is schon schwer, en Wein zu pflege noch viel mehr, un schließlich sagt mer nit umsunst: „Ach Wein zu trinke is e Kunst!" ![]() | |||
![]() | |||
™De Weinschenker06 | |||