Kattenpis op een kruisbessenstruik
Een krantenstuk van een van onze leveranciers gezien in Groningen van J. Hermus.
Het is een leuke en vooral zeer korte maar treffende beschrijving van wijnmakeres en wijnconsumenten.
Arrogante kikkers, dikke bastaarden, kattenpis op een kruisbessenstruik, koper beslag, een fles met vrouwelijke rondingen en spetterende etiketten met filmsterren.
Suf kun je de wijnindustrie niet meer noemen. Dat is hard nodig, want met een wereldwijde wijnplas is het noodzakelijk op te vallen in de schappen.
Het wordt steeds vrolijker om langs wijnschappen in supermarkten en speciaalzaken te lopen. Het oog wordt vaker getrokken door opmerkelijke wijnflessen. Kleur, vorm, naam: weg is de eenvormigheid uit de tijd dat we, volgens wijnschrijver Nicolaas Klei, met zijn allen lid waren van de vereniging WIREKUF (Wijn Is Rood En Komt Uit Frankrijk).
Nog maar kort geleden hadden al die flessen (uiteraard meestal met hoge Bordeaux-schouder) uitsluitend ondoorgrondelijke teksten in ouderwetse krulletters op etiketten staan, steevast gegroepeerd rond een afbeelding van glooiende landschapjes of pittoreske kasteeltjes.
Die flessen hebben behoorlijk concurrentie gekregen, en niet voor niks. Niet alleen de wijnmarkt is veranderd, ook de klant.
De veranderingen op de wijnmarkt zijn immens. Wereldwijd worden op de vreemdste plekken wijn geproduceerd, en in sommige gebieden zelfs wijnen die zondermeer met de Franse top kunnen concurreren - en al helemaal met de gewone Franse wijnen.
Maar belangrijker nog is dat er een enorm overschot aan wijn aan het ontstaan is. Alleen al vorig jaar werd ter waarde van een half miljard euro aan Europese (ook veel Franse) wijn doorgedraaid: de drank werd vernietigd of omgetoverd tot industriële alcohol.
Ook de klant is veranderd. Tuurlijk zijn er nog mensen die menen dat alle wijn die niet uit Frankrijk komt, niet te drinken is. En de gefortuneerde wijnkoper zal uiteraard nog steeds topwijnen uit de Bordeaux of Bourgogne kopen.
Namen als Chateau Lafitte, Chateau d’Yquem, Montrachet-Puligny verkopen zonder met de ogen te knipperen tegen onbehoorlijke prijzen hun gehele voorraad.
Maar er is een nieuwe generatie wijndrinkers op komst, die minder merkentrouw is en vooral verleid moet worden.
Waarbij oude namen en dure chateaus bepaald geen lokker meer zijn. En of een wijn goed is, dat zie je niet van buiten.
Om in dat overaanbod aan wijn op te vallen moet je dus aan slimme marketing doen. En dan niet zoals die Elzasser wijnmaker, die vorig jaar vol trots zijn nieuwe ’marketing- strategie’ aankondigde: “kijk eens, ons nieuwe lettertype, daar zullen ze van opkijken.”
Daar komt beduidend meer bij kijken. Zoals vooral de wijnmakers uit de Nieuwe Wereld (Australie, Verenigde Staten) allang doorhebben. Die worden niet gehinderd door traditie, en gooien met speels gemak allerlei marketingtrucs in de strijd.
Kijk maar naar de flessen van Tempus Two (tweede poging) uit Australië. Die beslaat zijn flessen met koper of tin, of giet zijn dessertwijn gemaakt van botrytus semillion in een fles met gestileerde vrouwelijke vormen.
Wat past bij de uitbundige eigenaar Lisa McGuigan: "Ik wilde dat mijn wijnen voelen als een handtas van Gucci, die je meeneemt naar een dinerfeestje. In de wetenschap dat de wijn ’hot’ is en de verpakking fantastisch."
Wijn als een soort modeaccessoire dus, en dat is precies de bedoeling van McGuigan. Die durf in de doorgaans saaie wijnwereld toont zich ook in schitterend vormgegeven moderne wijnmakerij in de Hunter Valley.
Bij Amerikanen is de beer helemaal los: loop een doorsnee wijnwinkel in San Francisco binnen en je ziet rijen wijnflessen met etiketten waarop helden als James Dean, Marilyn Monroe en Elvis Presley staan afgebeeld.
Niet noodzakelijkerwijs goede wijnen, maar ze verkopen als een tierelier.
Ook de wijnen van Hollywood-regisseur Francis Ford Coppola verkopen door de naam van de eigenaar, maar die maakt dan wel weer heel goede wijnen.
Een van de meest succesvolle marketingtechnieken blijkt in de naamgeving te liggen. Marketeers zijn erachter gekomen dat dierennamen en -afbeeldingen het op een etiket erg goed doen, en dan vooral in combinatie met een grap.
Zoals Wild Pig (‘wild varken’) of Arrogant Frog (Engelsen noemen Fransozen vaak ‘kikker’, en van dat het arrogante, dat spreekt voor zich).
In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, zijn die wijnen afkomstig uit Frankrijk.
De eerste wordt gemaakt door het wijnconglomeraat van Gabriel Meffre (ook verantwoordelijk voor onder meer La Chasse du Pape), die daarmee aangeeft dat een enkeling in Frankrijk ook de moderne marketingtechnieken heeft begrepen.
Een ander succesnummer (ook uit de Franse stal van Meffre) is de Fat Bastard (‘vette bastaard’).
Het verhaal gaat dat de eigenwijze Franse wijnmaker Thierry Boudinaud met zijn Engelse vriend, drinkmakker en wijnjournalist Guy Anderson, voor de gein uit een vergeten vaatje achter uit de wijnkelder een monster in een glas schonk.
Na de eerste slokken riep Boudinaud verrast uit: "Now zat iz what you call eh phet bastard.” Inclusief het Franse accent. Sindsdien is de portemonnee van de vrienden ook een stuk vetter geworden.
Een van de leukste wijnnamen hebben we te danken aan de Britse wijnschrijver en televisiepresentator Oz Clarke: hij omschreef dat een goede sauvignon blanc rook naar ’a cats pee on a gooseberry bush’.
Oftewel kattenpis op een kruisbessenstruik.
Die ’klassieke’ omschrijving werd de naam van een wijn uit Nieuw Zeeland, een sauvignon blanc die prompt een van de best verkopende wijnen in Groot-Brittannië werd.
Waarbij het geen kwaad kon dat de wijn ook nog eens heerlijk smaakte – ondanks de inderdaad aanwezige kattenpisgeur.
|