De Weinschenker
wijnrozen in bourgogne

Beschrijvingen van wijnstreeken, landen,
regio's, plaatsen en wijngaarden

FrankrijkCháteauneuf du Pape
Saint-Julien
De Loire
Savooien
Sud Quest (het zuidwesten van Frankrijk)


Cháteauneuf du Pape Cháteauneuf du Pape  Een stuk geschiedenis: De zeven pausen die in Avignon heersten sedert het begin van de 14de eeuw, konden voortbouwen op eeuwenlange inspanningen die hier al in de wijnbouw geleverd waren. Eerst door de Galliërs, daarna door de Romeinen en tot slot door de Tempeliers. Toen de pausen naar Rome terugkeerden, zijn de wijngaarden er gebleven om nog een paar honderd jaar later aan de wieg te staan van de huidige Franse AOC appellaties.
Het is immers onder impuls van baron Le Roy, de latere voorzitter van de INAO, dat het gebied en de productievoorwaarden van Cháteauneuf du Pape werden vastgelegd in een decreet. Het is 1933 wanneer de eerste AOC-appellatie het levenslicht ziet.

Keien en een droog klimaat.  Het produtiegebied van Cháteauneuf du Pape strekt zich uit over de totaliteit van de gemeente de zijn naam gaf aan de appellatie (52,05 % van het volume) en over sommige gronden met dezelfde bodemsamenstelling in de aangrenzende gemeenten Orange (12,04 %), Courthézon 21,26 %), Bédarrides (10,58 %) en Sorgues (4,07 0/o). Het is uiteraard de terrasbouw die het meest bekende kenmerk van de appellatie vormt. De terrassen bestaan uit de al even legendarische grote keien, die door de Rhóne uit het Alpenmassief aangevoerd werden.
Voordien hadden de meren - gevormd tijdens het secundair en tertiair tijdperk - reeds gezorgd voor verschillende afzettingslagen, die vandaag de ondergrond uitmaken.
Vooral dankzij de mistralwind, die de neerslag en de nefaste gevolgen ervan sterk reduceert, kent de streek het droogste klimaat van de hele regio.
Een symfonie van 13 druivenrassen Nog een uitzonderlijk feit: de wijnen van de appellatie kunnen in theorie voortkomen van 13 verschillende druivenrassen, met elk hun eigen specificiteit. In de praktijk is het de grenachedruif die voor de rode wijnen overheerst. Hij bezet ongeveer 80 % van de totale oppervlakte en wordt vandaag het vaakst gecombineerd met syrah, mourvèdre en cinsault. Het grenacheras geeft aan de wijn uitstekende bewaarmogelijkheden die zich vooral uiten wanneer het rendement onder de toegelaten 35 ha blijft.
In cijfers Oppervlakte: 3100 ha, waarvan 93 % voor rood. • Aantal exploitanten: 320.
Gemiddelde jaarlijkse productie: tussen 80.000 en 110.000 hl (slechts 7 % in coöperatief verband). Aantal flessen : 14 miljoen. Uitvoer: 50 % van de productie. Landenklassement: Verenigd Koninkrijk, België, Verenigde Staten, Zwitserland, Nederland, Canada, Duitsland en de Scandinavische landen.

De Loire

De Loire  wind zich net als een zilver band vanuit het heuvelige midden naar de zee. Zij is de laatste Europese wilde waterloop, die niet in een kunstmatige bedding is gedwongen en plaatselijk net als kleine zeeën het landschap uitkomt. Aan haar oevers staan beroemde kastelen van de renaissancetijden van koningen, graven en ministeries.
De namen lezen als »Who is Who« adellijke behuizingen: Chambord, Ussy, Chenonceau, Cheverny, Amboise, Blois. En ook de namen van de wijnen beroemd: Sancerre, Pouilly- Fumé, Touraine, Anjou, Muscadet. De regio van de Loire is een landschaft net als een beeldenboek van romantische verhalen en natuurlijk een terrein in dat de wijnaanbouw niet mag ontbreken. En dat nu al rond 2000 jaren.
cascadebeaume In de loop van deze lange tijd heeft zich hier een veelvoud van rond de 80 verschillende wijnen ontwikkelt omdat het gebied heel ver uit elkaar getrokken is.en haarmede grote verschillen in grondsoorten en klimaat aantoont. Ondanks dit hebben de wijnen, toch gemeenzamheden en kunnen hun afkomst niet camoufleren. Zij zijn licht en hebben aangenaam smakende zuren en bewijzen in goede jaren hun druivigheid en frisheid.
Het zijn niet de heel grote wijnen waarvoor deze streek van Frankrijk wereldwijd beroemd is geworden. Maar het zijn gewassen, die man met het klassieke Franse omschrijving »charmant« typeren kan. De wijnbergen aan de Loire zijn vandaag de noordelijke grens van de Europese. Wie aan een parelketting rijgen zich de enkele wijnpercelen langs de rivier.
Het klimaat reikt van continentaal bij Sancerre en Pouilly-Fumé tot de van de golfstroom verwarmde regio Muscadet. In koele zomers hebben de druiven vaak moeite om vol rijp te worden. Hierdoor zijn de meeste grote wijnen van de witte soort. In bijzonder hete zomers worden ook zeer zoete wijnen gemaakt.

carte loire
Saint-Julien
Vroeger waren het de parochies die geografisch gezien de grenzen bepaalden van de grondgebieden die later de appellations zouden worden. De parochie van Saint-Julien bestaat sinds de 6e eeuw. In de departementale archieven van de Gironde bestaan tal van getuigenissen die voornamelijk dateren uit de 13e eeuw en waar men niet schrijft over Saint-Julien maar wel over Saint-Julien de Rintrac.
Sommigen beweren dat de naam Rintrac of Reignac afkomstig zou zijn van het Latijnse Reyniacum, Rentracum, Rintracum, een Aquiteinse familienaam die later veranderd zou zijn in Saint-Julien. Sanctus Julianus de Rintrac is de benaming die we vaak ontmoeten in de rekeningen van het Aartsbisdom van Bordeaux rond 1341, 1342, 1367 en 1398.
Saint Emilion In 1791 nam het directoraat van het Girondedepartement de naam Saint-Julien aan en het is dan ook deze vorm die we terugvinden in alle administratieve dokumenten vanaf 1830. De legerstafkaart van 1875 vermeldt eveneens Saint-Julien.
In tal van oude documenten wordt ook melding gemaakt van Saint-Julien en Saint-Mambert, wat de naam is van een nabijgelegen oude parochie. Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat zonder de parochiale omwentelingen die volgen op de revolutie, Saint Manbert (vandaag Saint-Lambert) deel zou uitmaken van Saint-Julien, wat dan ook het geval zou zijn voor grand crus zoals het beroemde Château Latour. Zo zou Saint-Julien zijn Premier Grand Cru Classé gehad hebben.
Met de lijst van opeenvolgende eigenaars van de wijngaarden van Saint-Julien zou men een heus wapenboek kunnen vullen. We vinden ze trouwens terug in de documenten die betrekking hebben op de bouw van de kerken.

Voor een minder aandachtige toeschouwer lijken de wijnvelden van de Médoc nogal eenvormig. Dit komt omdat ze op geringe hoogte uitgestrekt liggen, licht uitstijgend boven de oevers van de Gironde naar het oosten en aanleunend tegen Les Landes in het westen.

Laten we echter niet de verbrokkeling van de grindlaag vergeten,die de vroegere rivierterrassen om heeft gevormd tot kiezelachtige bulten. Deze kleine grindheuvels worden doorsneden door een systeem van kleine valleien, "les jalles", die uitkomen in de Gironde. De hellingen zijn bolrond zodat het overtollige regenwater probleemloos kan wegvloeien zonder evenwel de drainage te beletten. Deze drainage is noodzakelijk om de grondwaterstand op peil te houden. Dit alles betekent een prachtige bodem voor de wijnstok die erg diep wortel kan schieten. Er is hier nergens sprake van stilstaand water wat "vergif voor de druif" betekent, zoals wordt omschreven door een rentmeester uit de Médoc in het begin van de negentiende eeuw.

De wijngaard van Saint-Julien bevindt zich tussen het moeras van Beychevelle, in het zuiden en het beekje Juillac in het noorden. Dit laatste is tevens de natuurlijke grens met een andere befaamde wijngaard: Pauillac.
De grindlaag van Saint-Julien-Beychevelle heeft de vorm van een groot rechthoek, ongeveer 5 km lang en 3,5 km breed. Ze grenst in het oosten aan de moerassen van de Gironde en aan het bekken van Beychevelle in het zuiden. Door haar centrum loopt het beekje Long dat een tweede basisniveau vormt. Het scheidt ondermeer de sector Beychevelle (zuiden) van de sector Saint-Julien (noorden) waar de gemeentelijke diensten gevestigd zijn.

Deze omstandigheden leidden tot een verregaande versnippering van de alluviale kleilaag zodat we kunnen zeggen dat de beste wijngaarden zich op deze drie " fronten" bevinden.

Uitstekend boven de moerassen van Beychevelle, op 15 à 21 meter hoogte, bevinden zich achtereenvolgens van oost naar west, meerdere "crus classés": Branaire-Ducru, Gruaud-Larose, Lagrange, Saint-Pierre. De oostrand ligt iets minder hoog. Hij ligt nochtans goed afgescheiden boven de moerasvlakten die als weiland gebruikt worden. Er liggen drie geklasseerde kastelen op deze rand: Beychevelle, Ducru Beaucaillou en Langoa. In het noorden ten slotte liggen drie Léovilles. De " clos" van Léoville-Lascases, ten noorden van de dorpskom van Saint-Julien, ligt bijzonder in de kijker op zijn geïsoleerde heuvelkam.
Ten westen en ten noordwesten van deze twee rijen kastelen is het reliëf van de Saint-Julien-wijngaard minder scherp getekend. De hellingen worden minder grillig. Enkele minder hoge heuvelkammen herbergen zeer goede "crus classés" zoals Talbot, en een aantal "crus bourgeois" zoals o.a. Château Gloria. Wanneer we verder oostwaarts trekken wordt het landschap heel wat vlakker en het zwarte zand wint terrein. Zodoende worden de schitterende wijngronden ingeperkt.

Garonnegrind uit het Kwartair Het reliëf bestaat uit goed gedraineerde hellingen met grind van een bepaalde ouderdom en samenstelling. Zowel in Bordeaux als in de Médoc betekent "Graves" of grind, niet alleen een " appellation contrôlée " van hoge kwaliteit, maar vooral dit systeem van alluviale afzettingen in een soort kuip, die ontstaan is door insnijding van de Garonne-Gironde in het Kwartair.
Deze "Graves" die hun oorsprong vonden in de ijstijd verbindt in kiezelachtige structuur met een klein gehalte aan klei, een massa ronde keien die voornamelijk bestaan uit kwartselementen: witte of geaderde kwartskeien, witte en blauwe vuursteen uit de Périgord, zwarte lydiet afkomstig uit het noordoosten van het bekken van Aquitanië en zelfs ophopingen zachte klei van zuidelijke oorsprong. Maar deze afzettingen dateren niet alle uit hetzelfde tijdperk. Ten westen van Médoc, namelijk in de streek van Listrac, is grind kleiner en minder gevarieerd in samenstelling; het is afkomstig van de Pyreneeën en dateert uit het Plioceen.

De afzetting van Saint-Julien daarentegen dateert uit het vroege Kwartair (Grünz).Vermoedelijk meer dan een miljoen jaar geleden, meegevoerd door de toenmalige Garonne en Dordogne. Deze twee stromen bepalen de bodemsamenstelling van Saint-Julien en die van andere grote namen uit de Médoc. Ze haalden hun materiaal stroomopwaarts zodanig dat de laag van Saint-Julien bestaat uit grote keien van zeer gevarieerde lithologische structuur. In de meer recente tijdperken van Mindel en van Riss-Würm werd deze alluviale afzetting tot een geheel van heuveltoppen omgevormd waardoor dit gebied het beloofde land der " Grand Crus " werd, temeer omdat het grind rust op een onderlaag van kleikalk uit het Oligoceen en het Eoceen (Saint-Estèphe-kalk).
In Haut-Médoc is deze Garonnelaag makkelijk herkenbaar aan de grootte van de keien. Dit is de bodem van alle "Grands Crus Classés".

Savooien, het buitenbeentje van Frankrijk  De natuur heeft de Savooi dan misschien wel geschapen als een toeristische wijnstreek, toch is deze regio bij het grote publiek bijna niet bekend als wijnproducent. Alleen al het feit dat dit gebied van de natuur een rijke variatie aan bodemstructuren kreeg, geografisch goed gelegen is en voor de wijnbouw vele troeven in handen heeft, is al voldoende reden om er een beetje meer aandacht aan te besteden. Meer nog, het menselijk dynamisme dat in de jongste jaren de opbloei van dit wijnareaal mogelijk maakte, is belangrijk genoeg om de uitdagingen van de toekomst aan te durven. Hartstochtelijk en gul van aard als ze zijn, willen de Savoyards iedereen zo maar laten delen in hun enthousiasme.
Een sprookj'esdecor ... Met besneeuwde bergtoppen als achtergrond en romantische meren en klaterende watervallen op het voorplan, gordelen de wijngaarden statig langs de hellingen aan de rechteroever van de Isère, door het departement van de Ain. In een weidse boog, waarvan het zuiderse puntje zich vasthaakt aan de bergkam met uitzicht op de top van de Garnier, trotseren de wijngaarden van de Savooi hier de vaak bewogen tand des tijds.

Grote en kleine percelen nestelen zich als een kleurrijk mozaïek van eilanden en eilandjes in de verschillende valleien, vooral dan in de buurt van de meren van Leman en Bourget of langs de prachtige oevers van de Rhône en de Isère.
Gestoeld op een rijk verleden De opgang van de Savooi begint als Romeinse provincie. In die tijd zijn er al wijngaarden in de streek. In de 16de-17de eeuw sluit het hertogdom Savooi, dat ondertussen heel wat aanzien geniet, verdragen af met het Franse hof en de heersers van Portugal, Spanje, Bourgondië en Cyprus. Economisch komt Savooi vooral tot bloei dank zij de tol die het bij het overschrijden van de cols op alle producten heft die vanuit het oosten transiteren.
Na een lange periode van onafhankelijkheid wordt de Savooi in 1860, voor de vijfde keer op drie eeuwen tijd, een deel van Frankrijk. Van dan af worden Savooi, Haute-Savooi en Alpes-Maritimes Franse departementen, terwijl Piemonte en Valle d'Aosta aan Italië toegewezen worden. Maar in de grond van hun hart zijn de inwoners aan de westkant van de Alpen altijd Frans gebleven.

De opgang van de wijnbouw dateert ook vanuit die tijd. Spijtig genoeg heeft de phylloxera daar een stokje voorgestoken. Het voordien overweldigende wijnareaal heeft zich later moeten insnoeren tot de gunstigste percelen.
Een ruim aanbod met een beperkte productie Met zijn 134.000 hl is de Savoie voor de Franse schatkist amper goed voor een halve procent van de inkomsten uit wijn. De vier departementen - Savooi, Haute Savooi, Isère en Ain- zijn alle vier typische bergstreken. - De wijngaarden aan de oever van het meer van Bourget en in het dal van Chambéry zijn aangeplant op het slib van de gletsjers, dus op het puin van de rotsen maar verder zonder veel kalk in de bodem.
-In de nacht van 24 november 1248 stortte een rotswand van de Garnier in een spectaculaire modderstroom naar beneden. Allerlei grondsoorten, hoofdzakelijk leem doorspekt met enorme brokken kalksteen, hebben er een grillig landschap neergepoot.
-De wijngaarden op de rechteroever van de Isère werden aangeplant op de hellingen, bestaande uit de kalkresten die er van de bergen afgegleden waren, en op de morenen van het dal.
Een klimaat zonder grote uitschietersAlhoewel de streek volop in de bergen ligt, is het klimaat er sterk uiteenlopend. Het gaat van zacht in de dalen tot ruw zoals het hoort in het hooggebergte. De invloed van de oceaan mildert het uitgesproken landklimaat. De vorst richt weinig schade aan in de herfst en in de winter, afgezien van een zeldzame plaatselijke hagelbui. Het aantal uren zonneschijn ligt eerder aan de lage kant (1800 uren in Chambéry tegen 2700 in Montpellier). Door het feit dat de streek verscholen ligt in het hooggebergte krijgen de winden er dan weer weinig kans.

Weinig variëteit in de druivenrassenDe Savooi bleef lange tijd afgesloten van de rest van de wereld en behield jarenlang een onafhankelijk statuut. Daarom ligt het voor de hand dat druivenrassen die in deze streek gedijen, zelden of nooit naar andere Franse regio's werden overgebracht.
Een klein aantal rassen zorgt vandaag voor het overgrote deel van de wijnproductie. De meeste wijngaarden houden zich aan één of twee rassen. Hier en daar kweekt men, tot ieders genoegen, nog een minder courante soort. Paradoxaal klinkt dit wel wanneer men de reputatie van de plantgoedkwekers uit de Savooi kent. Juist zij zijn het die een groot deel van de andere Franse wijngebieden van nieuwe planten voorzien. Momenteel komen zes rassen, waarvan er drie authentiek regionaal zijn, in aanmerking bij de vinificatie van wit. Voor rood gebruikt men vijf variëteiten, twee hiervan zijn echt van de streek afkomstig.
... Witte wijn: De jacquère (savoyard) komt het meest voor. De wijn die er van gemaakt wordt, bevat weinig alcohol en is fris, licht parelend en vluchtig. In enkele streken, zoals in de dalen van de Garnier, steekt in het jonge product een minerale toets de kop op, maar het bloemenaroma en de dierlijke geuren blijven de bovenhand halen.

De altesse (savoyard) is afkomstig uit Cyprus (15de eeuw). Geurend naar bloemen en fruit, evolueert het sap van deze druif naar een absoluut zuivere klassewijn met een uitgesproken honingsmaak. Chasselas gebruikt men voor het maken van lichte, parelende wijn die af en toe doet verbazen. Roussanne wordt als aanvulling gebruikt. Dank zij dit ras kan de wijnboer delicate en florale tinten van abrikozen en honing aan zijn basiswijn toevoegen. Hier en daar treft men nog gringet (savoyard), chardonnay of alligoté aan.
... Rode wijn: Overal in Sayoie komt men de Gamay tegen. De typische vermenging van viooltjes en rode bessen met een vleugje dierlijks in de neus wordt vooral door de plaatselijke bevolking gewaardeerd. De mondeuse (savoyard) is, niettegenstaande zijn matige opbrengst, het pronkstuk van de streek. Het sap is dieprood en flatteert met aangename toetsen van zwarte bessen, peper en kruiden. De vrij hoge aanwezigheid van tannine maakt dit uitstekend geschikt voor bewaarwijn die wat weg heeft van syrah of malbec. Vermelden we nog de aanwezigheid van pinot, cabernet sauvignon en persan(savoyard).

De regionale herkomstbenamingen. Om de verscheidenheid in de appellations van de "cru savoyard" beter te begrijpen, kan men best een gedetailleerde kaart met de wijngebieden bij de hand houden. Van noord naar zuid, dit wil zeggen van de oevers van het meer van Leman tot aan de departementsgrens van de Isère, hebben vier gebieden een eigen herkomstbenaming. We zetten ze op een rijtje:
1. De belangrijkste is wel de "AOC Vin de Savoie" die geproduceerd wordt:

-aan de oevers van het meer van Leman onder de benamingen: Ripaille (1127 hl), Marin (935 hl) of Marignan (157 hl).
-de wijngaarden van Ayze (1761 hl) heeft men ingeplant rond Bonneville aan de ingang van de vallei van de Arve, de weg naar Chamonix en de Mont Blanc.
-Chautagne (19219 hl): noordelijk van het meer van Bourget.
- Jongieux (5270 hl) op de oevers van de Rhône aan de oostkant van het meer van Bourget.
-Apremont (25518 hl) en Les Abymes (18028 hl) zijn de belangrijkste wijngaarden van de appellations. Les Abymes werd op het puin van de Garnier aangeplant en is wellicht het meest typische voorbeeld van de wijnen uit de Savoie.
-Chignin en het dal van de Savoie (13251 hl) met de gemeenten Chignin Francin en Montmelian, die als enige de benaming Chignin Bergeron (uitsluitend roussanne) mogen gebruiken.
-Arbin en Saint-Jean de la Porte zijn twee wijnen die typisch zijn voor de mondeuse.
2. «AOC Rousette de Sayoie" wordt uitsluitend gemaakt op basis van het druivenras altesse. Naast de generieke benaming (7706 hl) komt deze appellation voor onder vier benamingen: Frangy (1017 hl), Marestel (940h1), Monthoux (219h1) en Motenninod (1 44 hl).
3. «AOC Crépy» (4415 hl) aan de oevers van het meer van Leman produceert een witte wijn van uitsluitend chasselas.

4. Tot slot de «AOC Seysse» (4087 hl), de oudste herkomstbenaming in de Sayoie. Maakt met de altessedruif zowel schuimwijn als stille witte wijn.
Herkenbare flessen Op het eind van de jaren tachtig nam het Comité Interprofessionnel het initiatief om voor de wijnen uit de Sayoie een fles te creëren die het midden houdt tussen de modellen Véronique en Bourguignonne. Sinds 1991 wordt deze fles met het wapenschild van de Savoie in de handel gebruikt. In 2000 werden er niet minder dan 9 miljoen van gebotteld. Met deze fles kunnen de wijnproducenten uit de Savoie hun eigen identiteit herkenbaar maken. Michel Cartier, de vastberaden voorzitter van het Comité Interprofessionnel, is maar al te trots wanneer hij over de economische bloei van de wijnbouw van zijn streek praat. Hij steekt ook zijn waardering voor de inspanningen van de producenten niet onder stoelen en banken. Het klimaat en de geografie maken hun werk er immers niet gemakkelijker op.
Toegegeven, de Olympische winterspelen van 1992 hebben sterk bijgedragen tot de uitstraling van de Savooi. Maar de beste promotie blijven de wijnboer en de wijnhandelaar zelf, die begrepen hebben dat een rechtstreeks contact met de consument de kortste weg is om het verhaal van hun vakmanschap kwijt te kunnen. Zowat 85% van wat men hier aan wijn maakt, wordt buiten de Savooi verhandeld en gedronken. Verwondert het dan dat de 950 wijnboeren, de 220 wijnkelders, de 3 coöperaties en de 11 handelshuizen meer notoriëteit voor hun vakmanschap zoeken?

Sud Quest (het zuidwesten van Frankrijk)  De grote, uitgestrekte wijngaard van het zuidwesten van Frankrijk wordt bij ons gemeenzaam de 'Midi-Pyreneeën' genoemd en wint meer en meer aan belang bij wijnprofessionals. Rijk aan verscheidenheid en de laatste jaren alleen maar bevoordeeld door de ontwikkelingen in het naburige Bordeaux, verstevigt het zuidwesten elk jaar opnieuw zijn plaats.
Van de Averonese wijngaard in het noordoosten tot die van Rouléguy in de Atlantische Pyreneeën in het zuidwesten, zeer veel wijnliefhebbers geloven in de serieuze internationale kansen van elk van deze wijnen.
Van noord tot zuiden van oost tot west overal in het zuidwesten ziet men het resultaat van de talloze investeringen van de domeinen. In tien jaar tijd zijn de verschillende herkomstbenamingen en topbedrijven er op kwalitatief vlak alleen maar op vooruit gegaan. Ze zijn beter uitgerust en worden geleid door gedreven en vastberaden professionals, die geen enkel complex meer hoeven te hebben tegenover hun gereputeerde buur. De verschillende domeinen, coöperaties en de enkele handelshuizen uit de regio spreken meer en meer met één stem en hebben het volste vertrouwen in hun producten.
Een identiteit met duizenden gezichten De wettelijke bepaling 'Vins du Sud Ouest' slaat op een zeer verscheiden en bijzonder rijke verzameling herkomstbenamingen, zestien in het totaal, waar men de volgende appellations eigenlijk nog rnoet bijrekenen Cahors, Floc de Gascogne en Armagnac. Elk van deze laatste heeft zijn eigen Comité Interprofessionnel.
Al deze appellations vormen samen een mozaïek van stijlen, smaken en keuren, maar hebben met elkaar een duizendjarige geschiedenis gemeen. Een sterke verbondenheid met hun terroir en een typische zuiderse ingesteldheid. Natuurlijk zijn er verschillen qua cultuur, afhankelijk van regio tot regio.

De gecontroleerde herkomstbenamingen Gaillac, Fronton, Madiran, Jurancon, Pacherenc duVic-Bilh, Rouléguy en Marcillac, net als de VDQS-regio's Cótes de St. Mont, Tursan, Lavilledieu, Cótes du Brulhois, Estaing, Cótes de Millau, Entraygues et Fel, Béarn en Béarn Bellocq, de Coteaux du Quercy en de Vins de Pays de Gascogne spelen helemaal in op de capaciteiten van de regio.
Verspreid over twee regio's
Verscheiden maar ook bijzonder versnipperd, spreiden de wijngaarden zich uit over zeven departementen in de regio's Midi-Pyrénées (Averon, Gers, Haute Garonne, Hautes Pyrénées, Lot, Tarn en Tarn et Garonne) en twee in Aquitaine (Landes en Pyrénées Atlantiques). Deze geografische situatie is op zijn minst uniek en weinig ordinair te noemen op administratief vlak in vergelijking met de andere Franse wijnbouwregio's.
Los van deze uitgebreide territoriale verscheidenheid hebben de herkomstbenamingen tal van eigen kenmerken, vooral op het vlak van terroir en variatie in wijnstijlen.
Een overvloed van wijnstijlen
Om de verschillende wijnen beter te begrijpen en te plaatsen, volgt hieronder een kort overzicht van de gebruikte lokale druivensoorten in de verschillende herkomstbenamingen.
Voor de witte wijnen worden gebruikt: mauzac en len de l'el in Gaillac, baroque in Tursan, petits en gros manseng in Jurancon en Pacherenc du Vic Bilh.

Voor de rode wijnen: négrette in Fronton, tannat in Madiran, auxerrois in Cahors, fer servadou of braucol in Gaillac, mansol in Marcillac en pinenc in Madiran. Kortom, een bijzonder verscheiden assortiment van druivensoorten, die verschillend van plaats tot plaats en van domein tot domein en de Atlantische of zuidelijke witte en rode druivensoorten aanvullen. Denk zelfs aan de gamay uit Beaujolais, die vooral in Gaillac wordt gebruikt
Deze verscheidenheid werd tot voor kort nog als een handicap beschouwd, maar heeft uiteindelijk toch geresulteerd in een gemeenschappelijke en coherente communicatie. Dat is vooral dankzij enkele gedreven pioniers die meer licht zagen in eendracht en streefden naar een gemeenschappelijke presentatie met als hoofdplaats Toulouse. Een lang verwachte institutie
Géinialiseerd onder bescherming van de Chambre Régionale d'Agriculture de Midi-Pyrénées, werd in 1990 de Association pour le Promotion des Vins du Sud-Ouest opgericht. Deze vereniging speelt flink in het voordeel van het Comité Interprofessionnel des Vins du Sud-Ouest, officieel goedgekeurd in november 1997.
De vereniging werkt goed en verzekert de promotie van de wijngaarden, de opvolging van de kwaliteit van de wijnen en ook de ontwikkeling van economische analyses en marketing.

Alambic uit Armagnac
Proost   Zum Wohle   Prosit   Salute   Cherio   Sante
Flessenpost naar De Weinschenker
™De Weinschenker1203