De Weinschenker
Druivenstok

De juiste druivenrassen op de juiste plaats.

Over de hele wereld verspreid zijn er meer dan 5000 bekend, en dan tellen we de hybridensoorten nog niet mee. Nochtans schijnen een aantal onder hen in staat kwaliteitswijn te produceren. Maar hoe kiest men nu die ideale variėteit op een bepaalde plek?

Moet men uit veiligheidsoverwegingen kiezen voor internationale druivenrassen die zich overal aanpassen zoals de Chardonnay, de Cabernet Sauvignon of de Merlot?
Enkele antwoorden...
Voor de wijnbouwer is het druivenras slechts één - weliswaar belangrijk - kwaliteitsbepalend element.
Het druivenras moet in verhouding worden gezien met andere elementen:
de klimatologische omstandigheden,
de bodem en de ondergrond,
de oppervlakte van de exploitatie en
het type wijn dat men wil maken.

DE KLIMATOLOGISCHE OMSTANDIGHEDEN:
O
p het einde van de 19de eeuw stelde de Fransman Pulliat een tabel op met de rijpheiddatum van de verschillende druivenrassen
Dit is het tijdstip waarop het suikergehalte van de druif zijn maximum bereikt en niet meer toeneemt.
De Chasselas druif geldt hierbij als standaard:

Vroege druivenrassen = 10 dagen vroeger: Baco Noir.
5 dagen vroeger de rijpheid van de Chasselas; 5 dagen later de Chardonnay, Merlot en Sauvignon Blanc;
12 dagen later de Cinsaut en Cabernet Sauvignon
24 dagen later de Carignan en Grenache
Meer dan 36 dagen later de Muscat d' Alexandrie

In koudere klimaten zal men bij voorkeur kiezen voor vroege druivenrassen, die rijp zijn voor de herfstkoude. In' koude streken komt het erop aan dat de druif constant kan rijpen. Men zal deze vroege rassen moeten aanplanten als de gemiddelde temperaturen in de zomer en de herfst relatief laag zijn, of als de herfst tamelijk vroeg optreedt met veel regen en / of een snelle temperatuursval. Zo passen de Chardonnay en de Pinot Noir goed in de Bourgogne. Ze rijpen wel te traag voor het Noorden van Duitsland of voor het Groothertogdom Luxemburg, waar nog 'vroegere' druivenrassen zoals de Müller-Thurgau of de Auxerrois de beste keuze zijn.
Daarentegen laten de warme klimaten het gebruik van laat rijpende druiven toe, die over het algemeen ook productiever zijn. Ook de aanwezigheid van water is een belangrijke determinant voor het druivenras, Zones met veel neerslag moeten druivenrassen gebruiken die minder gevoelig zijn aan rotting, Droge zones zullen daarentegen worden aangeplant met druivenrassen die goed tegen een gebrek aan water kunnen.

pinot-noir-glas DE BODEM EN DE ONDERGROND:
D
e bodem van de wijngaard moet zeer grondig geanalyseerd worden, De hoogteligging, de beschikbaarheid van water, de vruchtbaarheid, de zuurtegraad en de organische samenstelling van de bodem zijn evenzeer elementen die de keuze van de druivenrassen zullen bepalen.
Zo komt de cabernet sauvignon vooral tot zijn recht op goed gedraineerde en magere kiezelgrond, De pinot noir doet het goed op kalkgronden zoals in Champagne, de syrah geeft de voorkeur aan arme granietbodems, de Merlot verkiest vochtige kleigrond, de riesling leisteen of klei- en zandgrond, de chardonnay houdt van onvruchtbare kalk, maar weet zich aan veel andere omgevingen aan te passen.

PRODUKTIETYPE:
D
e wijnbouwer zal voor verschillende variėteiten kiezen, naargelang hij tafelwijnen, schuimwijnen, stille wijnen of brandewijnen wil maken. De rijpheid van de pinot noir is minder belangrijk om schuimwijn te maken. Brandewijn maken vergt daarentegen het gebruik van een zeer productief druivenras zoals de ugni blanc of de folie blanche.
Proost   Zum Wohle   Prosit   Salute   Cherio   Sante
Flessenpost naar De Weinschenker
™De Weinschenker2004